Bij aquacultuur komen de uitwerpselen van de gekweekte dieren als afvalstoffen in het water terecht. Hierdoor kan het water toxisch worden. Bij aquaponics dienen deze uitwerpselen als voeding en onderdeel van het systeem: bacteriën in het hydroponics-gedeelte breken deze af tot nitraten en nitrieten, die voeding vormen voor de planten. Het water uit dit onderdeel circuleert vervolgens terug naar het aquacultuurgedeelte. Bij de slateelt op water wordt sla op water geteeld in de openlucht. In een grote teeltvijver, drijven plastic trays met potjes, waarin de slaplantjes staan. De wortels van de plant groeien door de onderzijde van de pot naar het water toe. Zo nemen zij zelf de benodigde voeding uit het water op.

 

De teeltvijver is gevuld met regenwater en omdat de teeltvijver een gesloten systeem is dat zichzelf ververst, hoeft de vijver maar één keer gevuld te worden. Dit maakt de teelt goed beheersbaar en duurzaam. Het product heeft op het gebied van arbeid, gewasbescherming, CO2-uitstoot en gebruik van water een aanzienlijk lager verbruik. In perioden dat er teveel neerslag is, wordt het overtollige water opgeslagen zodat het later weer gebruikt kan worden voor de teelt.

 

Bovendien kan op water wel acht keer meer sla per hectare worden geteeld dan in de grond. Je kunt dus dezelfde oppervlakte intensiever gebruiken zonder de bodem te verarmen. En hoeft er minder schaarse grond te worden gebruikt.